Aanleiding is meestal de pseudo-eindheffing: vanaf 1 januari 2027 kost elke nieuwe fossiele personenauto van de zaak je 12% van de cataloguswaarde per jaar. Maar de reden om het gestructureerd aan te pakken is praktisch. Een laadpaal aanvragen, laten installeren en soms de aansluiting laten verzwaren duurt weken tot maanden. Een auto staat er sneller.
01 — Maand 1–2
Maand 1–2: inventariseren
Begin met feiten, niet met offertes.
- Welke auto’s heb je? Splits personenauto’s en bestelauto’s. Alleen personenauto’s tellen mee voor de heffing.
- Wanneer lopen de contracten af? Zet de einddata op een rij tot 2031. Dat is je planning.
- Wie rijdt hoeveel? Jaarkilometers per medewerker, en vooral: hoe ziet een normale dag eruit? Iemand met vier klantbezoeken van 40 km heeft een heel andere laadbehoefte dan een accountmanager die twee keer per week naar Duitsland rijdt.
- Waar staan de auto’s ’s nachts? Op het bedrijf, op een oprit, of op straat in de stad? Dit is de vraag die je laadstrategie bepaalt, en de vraag die het vaakst wordt overgeslagen.
Reken meteen door wat de heffing je kost → Dat bedrag is je budget voor de rest van dit stappenplan.
02 — Maand 2–3
Maand 2–3: keuzes maken per auto
Niet elke auto hoeft in één keer over. Verdeel je wagenpark in drie groepen:
- Nu overzetten. Contracten die aflopen in de komende twaalf maanden, bij medewerkers met een vaste standplaats en een eigen oprit. Laagste risico, hoogste besparing.
- Later overzetten. Contracten die tot 2029 of 2030 doorlopen. Hier hoef je nu alleen te plannen, niet te handelen — het overgangsrecht beschermt deze auto’s tot 1 januari 2031.
- Apart bekijken. Medewerkers zonder laadmogelijkheid thuis, extreme kilometrages, of rollen waarvoor een bestelauto beter past. Bedenk hier een aparte oplossing in plaats van een uitzondering op je beleid.
Leg het resultaat vast in een eenvoudige planning: welke auto wordt wanneer vervangen, en waardoor.
03 — Maand 3–4
Maand 3–4: laadstrategie bepalen
Er zijn drie plekken waar geladen wordt, en de meeste bedrijven hebben ze alle drie nodig.
Thuis bij de medewerker. Goedkoopst en handigst voor wie een eigen oprit of garage heeft. Je regelt een laadpaal, en de stroom die de auto thuis verbruikt wordt via de laadpas geregistreerd en verrekend. → Zo regel je de vergoeding voor thuisladen
Op kantoor of op het bedrijfsterrein. Nodig voor poolauto’s, bezoekers en medewerkers zonder laadmogelijkheid thuis. Kijk hier ook naar je aansluitcapaciteit en of je met een laadmanagementsysteem pieken kunt verdelen — dat scheelt vaak een dure verzwaring.
Onderweg. Met een zakelijke laadpas laad je bij ruim 700.000 laadpunten in Europa. Voor medewerkers die grensoverschrijdend rijden is dat geen luxe maar een voorwaarde.
04 — Maand 4–6
Maand 4–6: aanvragen en installeren
Dit is de fase die het langst duurt en het meest onderschat wordt:
- Netbeheerders hanteren doorlooptijden voor zwaardere aansluitingen die kunnen oplopen tot maanden.
- Voor een laadpaal bij een medewerker thuis heb je toestemming van de eigenaar nodig als het een huurwoning of VvE-complex is.
- Bij installatie op eigen terrein wil je meteen nadenken over uitbreidbaarheid: leg je nu al kabels voor de tweede en derde paal?
Start dit dus vóórdat de eerste auto besteld is. Een medewerker die twee maanden met een elektrische auto zonder laadpaal rondrijdt, wordt geen ambassadeur van je beleid.
05 — Maand 6–9
Maand 6–9: eerste auto’s, beleid vastleggen
Zodra de eerste elektrische auto’s rijden, loop je tegen de praktische vragen aan. Regel ze vooraf in je autoregeling:
- Wie betaalt de stroom thuis? Standaard vergoedt de werkgever het zakelijk verbruik. Leg vast tegen welk tarief en hoe je het verrekent.
- Wat gebeurt er bij uitdiensttreding? Wie is eigenaar van de laadpaal, wat gebeurt er met de installatie?
- Wat is het beleid voor snelladen? Onderweg snelladen is duurder dan thuisladen. Sommige bedrijven stellen een limiet, andere vinden dat gedoe. Kies bewust.
- Wat spreek je af over publiek laden in de woonstraat? Voor medewerkers zonder eigen oprit is dit het normale scenario en dus geen uitzondering.
06 — Maand 9–12
Maand 9–12: opschalen en meten
Nu kun je uitrollen. Wat je daarbij wilt zien:
- Kosten per kilometer per auto, en het verschil met de fossiele situatie.
- Verhouding thuis- versus publiek laden. Schuift die richting publiek laden, dan is er meestal iets mis met de laadmogelijkheid thuis of op kantoor.
- CO₂-uitstoot per medewerker, meteen bruikbaar voor de rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit als je 100 of meer medewerkers hebt.
In de Fleetmanager van TanQyou staan tank-, laad- en parkeertransacties in één overzicht, dus die cijfers zijn een export in plaats van een puzzel.
07 — De opbrengst
Wat het oplevert
Voor een wagenpark van tien personenauto’s met een gemiddelde cataloguswaarde van € 45.000 gaat het om € 54.000 aan pseudo-eindheffing per jaar die je niet betaalt. Daarnaast liggen de energiekosten per kilometer bij thuisladen doorgaans fors lager dan bij tanken, en in 2027 profiteren je medewerkers nog van de lagere bijtelling voor volledig elektrische auto’s — 20% over de eerste € 30.000 cataloguswaarde tegenover 22% voor benzine en diesel.
Wil je dit voor je eigen wagenpark uitgewerkt zien, inclusief laadadvies per standplaats? Vraag een wagenparkscan aan; we rekenen het per auto door.
Klaar om je wagenpark om te zetten?
Wij regelen laadpas, laadpalen en de verrekening van thuisladen, van advies tot facturatie.