Steeds meer bedrijven willen laadpalen op hun bedrijfsterrein plaatsen. Daarmee kunnen medewerkers, bedrijfsauto’s, bezoekers en klanten op de eigen locatie laden. De investering bestaat alleen uit meer dan de laadpaal zelf. Ook installatie, bekabeling, graafwerk, technisch beheer en de beschikbare netcapaciteit bepalen de uiteindelijke kosten.
Tegelijkertijd kunnen subsidies en fiscale regelingen de netto-investering verlagen. In dit artikel lees je welke kosten je kunt verwachten, hoe de SPRILA-subsidie in 2026 werkt en hoe je een realistische terugverdientijd berekent.
Welke kosten horen bij zakelijke laadpalen?
De totale investering in laadpalen op een bedrijfsterrein bestaat meestal uit meerdere onderdelen:
- de laadpaal of het laadstation;
- montage en aansluiting;
- bekabeling tussen de meterkast en de parkeerplaatsen;
- graafwerk en herstel van bestrating;
- technische beveiliging in de meterkast;
- een fundering of montagepaal;
- load balancing;
- softwarebeheer en monitoring;
- een internetverbinding;
- onderhoud en service;
- een eventuele aanpassing of verzwaring van de netaansluiting.
Een zakelijk AC-laadstation kost indicatief ongeveer €1.200 tot €2.500. Bij een eenvoudige installatie dicht bij de meterkast kunnen de installatiekosten rond €500 beginnen. Op een bedrijfsterrein vallen de kosten vaak hoger uit, bijvoorbeeld wanneer kabels over een grote afstand moeten worden aangelegd of wanneer parkeerplaatsen moeten worden opengebroken.
Bekijk voor een uitgebreidere uitsplitsing ook het artikel over de kosten van een zakelijke laadpaal.
Waarom is een technische schouw belangrijk?
Een algemene prijsindicatie geeft nog geen betrouwbaar beeld van de investering op jouw locatie. De afstand tussen de meterkast en de parkeerplaatsen kan bijvoorbeeld een groot verschil maken. Ook het aantal voertuigen, het gewenste laadvermogen en de bestaande elektrische installatie spelen een belangrijke rol.
Tijdens een technische schouw wordt onder andere gekeken naar:
- het huidige en toekomstige aantal elektrische voertuigen;
- het aantal benodigde laadpunten;
- de beschikbare aansluiting en het gecontracteerde vermogen;
- de afstand tussen de meterkast en de parkeerplaatsen;
- de benodigde kabellengte en graafwerkzaamheden;
- de mogelijkheden voor load balancing;
- de gewenste registratie en verrekening van laadsessies.
Op basis daarvan kan een installateur bepalen welke oplossing technisch haalbaar is en welke kosten daarbij horen.
TanQyou begint daarom met een vrijblijvende technische schouw voor zakelijke laadpalen.
Kun je meerdere laadpalen plaatsen zonder netverzwaring?
Een verzwaring van de netaansluiting is niet altijd nodig. Met load balancing wordt het beschikbare vermogen slim verdeeld over de laadpunten en het overige energieverbruik van het bedrijf.
Wanneer meerdere voertuigen tegelijk laden, hoeft daardoor niet ieder voertuig voortdurend op maximaal vermogen te laden. Het systeem past het laadvermogen automatisch aan de beschikbare capaciteit aan.
Dit kan voorkomen dat de hoofdaansluiting wordt overbelast en kan een kostbare netverzwaring uitstellen of overbodig maken. Lees meer over load balancing bij laadpalen.
Bij grotere laadpleinen of een hoge laadbehoefte blijft het belangrijk om de beschikbare netcapaciteit vooraf te laten controleren.
Welke subsidie geldt voor laadpalen in 2026?
Voor private laadinfrastructuur op een eigen of gehuurd bedrijfsterrein is in 2026 vooral de SPRILA-regeling relevant. SPRILA staat voor Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven.
De regeling is bedoeld voor ondernemingen die laadpunten aanleggen voor bijvoorbeeld:
- eigen bedrijfsvoertuigen;
- elektrische auto’s van medewerkers;
- voertuigen van klanten of bezoekers;
- huurders van zakelijk vastgoed.
De SPRILA-regeling van RVO is in 2026 geopend van 20 januari om 09.00 uur tot en met 18 december om 12.00 uur.
Hoeveel SPRILA-subsidie kun je ontvangen?
Voor een mkb-bedrijf gelden in 2026 onder andere de volgende maximale bedragen:
- €800 voor een AC-laadstation met één laadpunt vanaf 11 kW;
- €1.600 voor een duopaal met twee laadpunten die gelijktijdig ieder minimaal 11 kW kunnen leveren;
- €1.760 voor een AC-laadstation met één laadpunt vanaf 43 kW;
- €3.900 voor een DC-laadstation vanaf 20 kW.
Voor grote ondernemingen gelden lagere subsidiebedragen. Een groot bedrijf ontvangt voor een regulier AC-laadstation vanaf 11 kW bijvoorbeeld maximaal €400.
Een duopaal geldt binnen SPRILA als één laadstation met twee laadpunten. Om voor het bedrag van €1.600 in aanmerking te komen, moeten beide aansluitingen gelijktijdig minimaal 11 kW kunnen leveren.
Wat is het minimale subsidiebedrag?
Het totale subsidiebedrag moet per locatie minimaal €2.500 zijn. Hierdoor komt een bedrijf dat één of twee reguliere AC-laadstations plaatst meestal niet voor SPRILA in aanmerking.
Voor een mkb-bedrijf geldt daarnaast dat de subsidiabele kosten minimaal €6.250 moeten bedragen. SPRILA mag namelijk maximaal 40 procent van de subsidiabele projectkosten vergoeden. Voor grote ondernemingen geldt een maximum van 20 procent en moeten de subsidiabele kosten minimaal €12.500 bedragen.
Een mkb-bedrijf heeft bij laadstations vanaf 11 kW vaak minimaal vier afzonderlijke laadstations nodig om boven de subsidiegrens uit te komen. Vier laadstations zijn alleen niet automatisch voldoende.
Stel dat vier laadstations maximaal €3.200 subsidie opleveren, maar de subsidiabele projectkosten slechts €6.000 bedragen. Veertig procent van €6.000 is €2.400. Daarmee blijft het subsidiebedrag onder de minimale grens van €2.500 en komt het project niet in aanmerking.
Bekijk daarom vooraf de rekenvoorbeelden voor SPRILA.
Wanneer moet je SPRILA aanvragen?
Het aanvraagmoment hangt af van de hoogte van het subsidiebedrag.
Subsidie lager dan €25.000
Is het berekende subsidiebedrag lager dan €25.000? Dan laat je de laadinfrastructuur eerst aanleggen en vraag je de subsidie daarna aan.
De aanvraag moet worden ingediend:
- in hetzelfde kalenderjaar waarin de werkzaamheden zijn afgerond; of
- uiterlijk binnen dertien weken na afronding van de werkzaamheden.
Bewaar daarom facturen, technische specificaties en documenten over de installatie zorgvuldig.
Subsidie vanaf €25.000
Is het subsidiebedrag €25.000 of hoger? Dan moet je de aanvraag indienen voordat je een definitieve investeringsverplichting aangaat.
Een ondertekende offerte wordt door RVO gezien als een definitieve opdracht. Voor een aanvraag vanaf €25.000 moet je daarom werken met een niet-ondertekende offerte en eerst de subsidiebeschikking afwachten.
Controleer voor je een opdracht geeft altijd de actuele voorwaarden en het beschikbare budget op de website van RVO.
Let op de begrotingsgoedkeuring in 2026
Aanvragen kunnen worden ingediend, maar RVO vermeldt dat definitieve beslissingen samenhangen met de goedkeuring van de begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
De Tweede Kamer heeft deze begroting op 24 maart 2026 goedgekeurd. De behandeling in de Eerste Kamer staat gepland voor 7 juli 2026. Controleer daarom vlak voor publicatie en vóór het aangaan van verplichtingen de actuele melding op de SPRILA-pagina van RVO.
Kun je ook gebruikmaken van fiscale aftrek?
Naast subsidie kan de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, oftewel KIA, relevant zijn.
De KIA is geen subsidie die rechtstreeks wordt uitbetaald. Het is een aftrekpost waarmee je de fiscale winst van de onderneming verlaagt.
In 2026 gelden de volgende grenzen:
- tot en met €2.900 aan kwalificerende investeringen: geen KIA;
- van €2.901 tot en met €71.683: 28 procent van het investeringsbedrag;
- van €71.684 tot en met €132.746: een vaste aftrek van €20.072;
- van €132.747 tot en met €398.236: een afbouwende aftrek;
- boven €398.236: geen KIA.
Het gaat hierbij om de totale kwalificerende investeringen van de onderneming in het kalenderjaar. Niet iedere afzonderlijke kostenpost telt automatisch mee.
Bekijk daarom de actuele KIA-tabel voor 2026 van de Belastingdienst en laat je boekhouder of fiscalist beoordelen welk bedrag je daadwerkelijk kunt toepassen.
Zijn MIA en Vamil nog beschikbaar voor laadpalen?
Reguliere laadpunten voor elektrische auto’s en bedrijfsvoertuigen vallen in 2026 niet meer onder de gebruikelijke MIA- en Vamil-mogelijkheden voor laadinfra. Voor private laadinfrastructuur verwijst RVO ondernemers voornamelijk naar SPRILA.
Andere onderdelen van een project, zoals bepaalde energie- of batterijoplossingen, kunnen mogelijk wel onder een afzonderlijke regeling vallen. Laat daarom altijd beoordelen welke onderdelen van de investering fiscaal kwalificeren.
Hoe bereken je de terugverdientijd?
De eenvoudige terugverdientijd bereken je door de netto-investering te delen door het jaarlijkse financiële voordeel:
Terugverdientijd = netto-investering ÷ jaarlijks voordeel
De netto-investering bestaat uit de totale kosten minus subsidie en eventueel direct toe te rekenen financieel voordeel.
Het jaarlijkse voordeel kan bestaan uit:
- lagere laadkosten ten opzichte van openbaar laden;
- inkomsten uit laadsessies van medewerkers, klanten of bezoekers;
- minder administratieve verwerking;
- een vergoeding voor thuis- of zakelijk laden;
- inkomsten uit ERE-certificaten;
- een fiscaal voordeel.
Houd ook rekening met jaarlijkse kosten voor beheer, onderhoud, internet, financiering en netbeheer.
Rekenvoorbeeld: vier laadpunten op een bedrijfsterrein
Stel dat een mkb-bedrijf vier afzonderlijke AC-laadstations vanaf 11 kW laat plaatsen.
De totale investering inclusief installatie bedraagt €14.000.
Onder de SPRILA-regeling kan het bedrijf maximaal ontvangen:
4 laadstations × €800 = €3.200 subsidie
De subsidiabele kosten zijn hoog genoeg om binnen de maximale staatssteunruimte van 40 procent te blijven. De investering na subsidie bedraagt dan:
€14.000 – €3.200 = €10.800
Stel vervolgens dat de laadstations samen jaarlijks 20.000 kWh leveren. Laden op het bedrijfsterrein is in dit voorbeeld gemiddeld €0,15 per kWh voordeliger dan het alternatief.
De jaarlijkse brutobesparing bedraagt dan:
20.000 kWh × €0,15 = €3.000 per jaar
De eenvoudige terugverdientijd wordt:
€10.800 ÷ €3.000 = 3,6 jaar
Dit is een indicatief voorbeeld. Kosten voor softwarebeheer, onderhoud, financiering, netbeheer en een eventuele aanpassing van de aansluiting moeten nog van het jaarlijkse voordeel worden afgetrokken.
Ook is het werkelijke prijsverschil per kWh afhankelijk van het energiecontract, het gekozen openbare laadpunt en eventuele laadpas- of roamingkosten.
Meer gebruik zorgt voor een betere businesscase
Een laadpaal die nauwelijks wordt gebruikt, verdient zichzelf niet snel terug. Kijk daarom vooraf goed naar:
- het aantal elektrische voertuigen binnen de organisatie;
- de verwachte groei van het elektrische wagenpark;
- het aantal kilometers dat dagelijks wordt gereden;
- de momenten waarop voertuigen op het terrein stilstaan;
- het gebruik door medewerkers, bezoekers en klanten;
- de mogelijkheid om laadsessies automatisch te verrekenen.
Wanneer laadpunten door meerdere gebruikers worden benut, worden de vaste kosten over meer kilowatturen verdeeld. Daardoor verbetert de businesscase.
Plaats alleen niet meer laadpunten dan op korte termijn nodig zijn. Een schaalbare installatie waarbij later laadpunten kunnen worden toegevoegd, is vaak financieel aantrekkelijker dan direct een groot laadplein realiseren dat jarenlang nauwelijks wordt gebruikt.
Houd rekening met beheer en administratie
Zakelijke laadpalen moeten niet alleen stroom leveren. Bedrijven willen vaak ook inzicht in wie er laadt, welk voertuig wordt gebruikt en hoe de kosten moeten worden verwerkt.
Met een beheersysteem kun je bijvoorbeeld:
- verbruik per voertuig of medewerker bekijken;
- laadkosten automatisch verrekenen;
- zakelijke en particuliere laadsessies scheiden;
- rapportages exporteren;
- storingen en beschikbaarheid monitoren;
- laadtarieven beheren.
TanQyou verzorgt het volledige traject van advies en installatie tot beheer, monitoring en facturatie. Via MyTanQyou krijg je inzicht in het verbruik en de kosten per voertuig of medewerker.
Lees meer over de complete oplossing voor zakelijke laadpalen van TanQyou.
Wat is de beste eerste stap?
Begin niet direct met het aanvragen van offertes voor losse laadpalen. Breng eerst de laadbehoefte, netaansluiting en locatie in kaart.
Een technische schouw geeft antwoord op vragen zoals:
- hoeveel laadpunten heb je werkelijk nodig;
- welk laadvermogen past bij de voertuigen;
- hoeveel graafwerk is nodig;
- is load balancing voldoende;
- is een aanpassing aan de meterkast nodig;
- kom je in aanmerking voor SPRILA;
- wat is een realistische terugverdientijd?
Vraag een vrijblijvende technische schouw aan. Je ontvangt vervolgens niet alleen een offerte, maar ook een laadoplossing die past bij de locatie, het gebruik en de beschikbare netcapaciteit.